Artikel 185 WVW: de wettelijke bescherming van fietsers en voetgangers uitgelegd
Fietsers en voetgangers behoren tot de meest kwetsbare verkeersdeelnemers. Bij een aanrijding met een auto, motor, scooter of ander motorrijtuig lopen zij vaak veel ernstiger letsel op dan de bestuurder van het motorvoertuig. Daarom biedt de wet hen extra bescherming. Deze bescherming is vastgelegd in artikel 185 van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW). Dankzij deze wettelijke regeling heeft een fietser of voetganger na een verkeersongeval met een motorrijtuig vaak recht op een schadevergoeding, ook wanneer hij of zij zelf een verkeersfout heeft gemaakt.
Wat is artikel 185 WVW?
Artikel 185 WVW regelt de aansprakelijkheid bij verkeersongevallen tussen een gemotoriseerde verkeersdeelnemer (met kentekenplaat), zoals een auto, motor of scooter en een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer, zoals een fietser of voetganger. De gedachte achter deze regeling is eenvoudig. Een auto, motor of scooter brengt door zijn snelheid en gewicht veel meer gevaar met zich mee dan een fiets of een voetganger. Bij een aanrijding is de kans op ernstig letsel voor de niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer daarom aanzienlijk groter. Om die reden legt de wet een grotere verantwoordelijkheid bij bestuurders van motorrijtuigen.
Wanneer is artikel 185 WVW van toepassing?
Artikel 185 WVW geldt wanneer:
- er sprake is van een verkeersongeval op de openbare weg;
- een motorrijtuig (met kentekenplaat) betrokken is, zoals een auto, motor, brommer of scooter;
- de andere partij een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer is, zoals een fietser of voetganger
door het ongeval schade of letsel is ontstaan.
Een gewone elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/u wordt juridisch als fiets beschouwd. De bestuurder daarvan valt dus eveneens onder de bescherming van artikel 185 WVW. Voor een speed pedelec gelden andere aansprakelijkheidsregels.
De 50%-regel uitgelegd
De bekendste regel uit artikel 185 WVW is de 50%-regel. Deze regel houdt in dat een fietser of voetganger van 14 jaar of ouder bij een aanrijding met een motorrijtuig in beginsel recht heeft op een vergoeding van minimaal 50% van de geleden schade. Dat geldt ook wanneer de fietser of voetganger zelf een verkeersfout heeft gemaakt,
bijvoorbeeld door:
- geen voorrang te verlenen;
- door rood te rijden;
- onverwacht over te steken.De wet erkent namelijk dat bestuurders van motorrijtuigen een groter risico creƫren voor andere weggebruikers. Daarom rust op hen een zwaardere zorgplicht.
Hoe wordt de aansprakelijkheid beoordeeld?
Hoewel vaak wordt gesproken over de 50%-regel, verloopt de beoordeling van aansprakelijkheid in de praktijk in verschillende stappen.
Stap 1: Is er sprake van overmacht?
Allereerst wordt bekeken of de bestuurder van het motorrijtuig zich kan beroepen op overmacht. De bestuurder moet dan aantonen dat hem geen enkel verwijt kan worden gemaakt en dat hij redelijkerwijs geen rekening hoefde te houden met het gedrag van de fietser of voetganger.
Van overmacht is slechts in uitzonderlijke situaties sprake. Automobilisten moeten namelijk altijd rekening houden met onverwachte gedragingen van kwetsbare verkeersdeelnemers. Daarom wordt een beroep op overmacht in de praktijk maar zelden aangenomen.
Stap 2: De causale verdeling
Wanneer er geen sprake is van overmacht, wordt gekeken naar de verkeersfouten die beide partijen hebben gemaakt. Er wordt beoordeeld in hoeverre het gedrag van iedere verkeersdeelnemer heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval.
Voor fietsers en voetgangers van 14 jaar en ouder geldt daarbij dat zij in beginsel recht hebben op een vergoeding van minimaal 50% van hun schade. Dat is de wettelijke ondergrens.
Stap 3: De billijkheidscorrectie
Na de verdeling van de aansprakelijkheid kan nog een billijkheidscorrectie worden toegepast. Dat betekent dat de uiteindelijke schadevergoeding hoger kan uitvallen wanneer de omstandigheden van het geval daarom vragen.
Bij deze beoordeling spelen onder meer de volgende factoren een rol:
- de ernst van het opgelopen letsel;
- de ernst van de verkeersfouten;
- de mate waarin de fietser of
- voetganger een verwijt kan worden gemaakt;
- het extra gevaar dat een motorrijtuig oplevert voor kwetsbare verkeersdeelnemers (het zogenoemde Betriebsgefahr);
- andere bijzondere omstandigheden van het geval.
Hierdoor krijgen veel slachtoffers uiteindelijk meer dan 50% van hun schade vergoed. In sommige gevallen wordt zelfs de volledige schade vergoed.
Extra bescherming voor kinderen jonger dan 14 jaar
Voor kinderen jonger dan 14 jaar geldt een nog verdergaande bescherming. Wordt een kind als fietser of voetganger aangereden door een motorrijtuig, dan moet de bestuurder in de meeste gevallen 100% van de schade vergoeden. De wet gaat ervan uit dat jonge kinderen verkeerssituaties nog onvoldoende kunnen overzien en daarom extra bescherming verdienen.
Alleen wanneer sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind kan hiervan worden afgeweken. In de praktijk komt dit vrijwel nooit voor.
Laat uw situatie beoordelen
Artikel 185 WVW biedt fietsers en voetgangers een sterke wettelijke bescherming. Toch is iedere verkeersongeval anders. De toedracht van het ongeval, de gemaakte verkeersfouten en de ernst van het letsel bepalen uiteindelijk welk deel van de schade wordt vergoed. Een letselschadespecialist kan beoordelen hoe de aansprakelijkheid in uw situatie ligt en ervoor zorgen dat alle schadeposten worden meegenomen. Zo weet u zeker dat de volledige gevolgschade, waar u volgens de wet recht op heeft, verhaald wordt op de tegenpartij van uw ongeval.
Meer dan 1.700 mensen gingen je voor en beoordelen ons met een:
Klanten beoordelen ons met een 4.8/5 uit 121 beoordelingen. Sinds 2020 al meer dan 1.000 gedupeerden geholpen
4.8
/5
Heeft u vragen over uw verkeersongeval? Wij staan voor u klaar.
Neem dan contact op met Gevolgrecht Nederland via 058 792 0028 of info@gevolgrecht.nl. Wij kijken graag met u mee en helpen u verder.
Aanmelden
5 min.
Intakegesprek
10 min.
Online schadedossier
15 min.
Gevolgrecht doet de rest
Kosteloos en ten allen tijde opzegbaar