Eigen schuld bij een verkeersongeval: hoe artikel 6:101 BW werkt en wat het betekent voor jouw schadevergoeding
Het kan iedereen overkomen: een moment van onoplettendheid in het verkeer met een verkeersongeval tot gevolg. Maar wat gebeurt er als je niet alleen slachtoffer bent, maar ook zelf een aandeel hebt gehad in het ontstaan van het verkeersongeval? In dit artikel leggen we uit hoe artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) werkt en wat dit betekent voor uw schadevergoeding.
Wat is eigen schuld?
Artikel 6:101 BW regelt situaties waarin niet alleen de aansprakelijke partij, maar ook u zelf (gedeeltelijk) heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade. Dit heet eigen schuld. Als daarvan sprake is, kan de schadevergoeding worden verlaagd. Hoe hoog de vergoeding uiteindelijk is, hangt af van de mate waarin beide partijen hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade. (Immers eigen schuld geld ook bij niet-verkeersongevallen)
Hoe wordt eigen schuld vastgesteld?
Bij de beoordeling van eigen schuld bij een verkeersongeval wordt eerst gekeken in hoeverre beide partijen hebben bijgedragen aan het ontstaan van het verkeersongeval en de daaruit voortvloeiende schade. Is bijvoorbeeld vastgesteld dat u geen gordel droeg en dit heeft bijgedragen aan de ernst van uw letsel, dan kan dit leiden tot een vermindering van de schadevergoeding wegens eigen schuld.
Vervolgens wordt beoordeeld of deze verdeling redelijk is. Dit wordt de billijkheidscorrectie genoemd. Daarbij kunnen onder meer de ernst van de gemaakte fouten, de aard van de aansprakelijkheid, de ernst van het letsel en de overige omstandigheden van het verkeersongeval een rol spelen. Op grond hiervan kan worden besloten om van de oorspronkelijke verdeling af te wijken.
Stel dat de aansprakelijkheidsverdeling eerst wordt vastgesteld op 75% voor de veroorzaker van het verkeersongeval en 25% voor u. Als de billijkheidscorrectie daartoe aanleiding geeft, bijvoorbeeld omdat u zeer ernstig letsel heeft opgelopen, kan alsnog worden besloten dat een groter deel van uw schade door de aansprakelijke partij wordt vergoed.
Extra bescherming voor fietsers en voetgangers bij eigen schuld
Voor verkeersongevallen tussen gemotoriseerde verkeersdeelnemers en zogenoemde zwakke verkeersdeelnemers, zoals fietsers en voetgangers, gelden aanvullende beschermingsregels op grond van artikel 185 van de Wegenverkeerswet (WVW). De hoofdregel is dat een fietser of voetganger die betrokken raakt bij een verkeersongeval met een gemotoriseerd voertuig, in beginsel ten minste 50% van de schade vergoed krijgt.
Alleen in uitzonderlijke situaties, zoals bij overmacht aan de zijde van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer of bij aan opzet grenzende roekeloosheid van de fietser of voetganger, kan hiervan worden afgeweken. Voor kinderen jonger dan 14 jaar geldt een nog verdergaande bescherming. In dat geval wordt de schade in beginsel volledig vergoed door de gemotoriseerde verkeersdeelnemer, ook als het kind zelf heeft bijgedragen aan het ongeval.
Conclusie
Eigen schuld bij een verkeersongeval betekent niet automatisch dat er geen recht bestaat op schadevergoeding. Op grond van artikel 6:101 BW wordt beoordeeld in hoeverre beide partijen hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade. Voor fietsers, voetgangers en met name jonge kinderen gelden bovendien aanvullende beschermingsregels op basis van artikel 185 WVW, waardoor zij vaak recht houden op een aanzienlijk deel van hun schadevergoeding.
Meer dan 1.700 mensen gingen je voor en beoordelen ons met een:
Klanten beoordelen ons met een 4.8/5 uit 121 beoordelingen. Sinds 2020 al meer dan 1.000 gedupeerden geholpen
4.8
/5
Heeft u vragen over uw verkeersongeval? Wij staan voor u klaar.
Neem dan contact op met Gevolgrecht Nederland via 058 792 0028 of info@gevolgrecht.nl. Wij kijken graag met u mee en helpen u verder.
Aanmelden
5 min.
Intakegesprek
10 min.
Online schadedossier
15 min.
Gevolgrecht doet de rest
Kosteloos en ten allen tijde opzegbaar